Kenmerken van menière
Als je ménière hebt, dan merk je dat meestal eerst aan plotselinge, spontane aanvallen van draaiduizeligheid. Deze duizeligheid kan zo heftig zijn dat je niks meer kunt doen.
Tijdens zo’n aanval kun je ook last hebben van andere klachten, zoals:
- heftige misselijkheid en vaak ook overgeven
- slechter of vervormd horen
- tinnitus
- een vol gevoel in je oor
- schokkende bewegingen van je ogen, waar je geen controle over hebt
Een aanval duurt tussen de 20 minuten en 12 uur. Hoe vaak je een aanval hebt en hoe ernstig deze is, verschilt per persoon. Je kunt bijvoorbeeld heel vaak een aanval hebben, maar het kan ook jaren duren tot je de volgende krijgt.
Diagnose van menière
Ménière begint meestal met plotse aanvallen van duizeligheid, waarbij je je erg misselijk voelt. Het kan ook dat je eerst moeite met horen krijgt en er daarna pas aanvallen van duizeligheid ontstaan. Met deze klachten kom je vaak eerst bij je huisarts.
Bij een vermoeden van ménière verwijst de huisarts je door naar de KNO-arts in het ziekenhuis. Dit is een specialist die veel weet over de keel, neus en oren (KNO). Deze doet een hoortest om te onderzoeken of je problemen met horen hebt. Zo’n hoortest heet ook wel een audiogram. Soms moet je hier een paar keer voor naar het ziekenhuis. Zo kan de arts op verschillende momenten meten hoe goed je kunt horen.
De arts kan de diagnose ménière stellen bij deze drie voorwaarden:
- je hebt 2 aanvallen gehad van minstens 20 minuten
- uit de hoortest blijkt dat je bepaalde tonen slechter hoort
- er is geen andere oorzaak voor de oorsuizen of het volle gevoel in je oor
Soms is na de hoortest al duidelijk of er sprake kan zijn van ménière. Maar het is ook mogelijk dat de arts denkt dat er een andere oorzaak voor je klachten is. De arts kan dan verder onderzoek doen. Bijvoorbeeld naar je evenwicht en soms ook je bloed.
Soms vraagt de arts een MRI-scan of CT-scan aan om een bepaald deel van je oor beter in beeld te brengen. Dit kan helpen om de diagnose ménière te stellen.
Oorzaken van menière
Wetenschappers weten nog niet wat ménière veroorzaakt. Als je de aandoening hebt, dan heb je te veel van een bepaald soort vocht in je binnenoor: binnenoorvloeistof. Waar dit door komt, is nog onduidelijk.
Behandeling van menière
Er is nog geen behandeling die ménière geneest. Wel zijn er medicijnen die een aanval minder erg kunnen maken. Ook kan je behandelaar je medicijnen geven tegen de misselijkheid.
Als je veel heftige aanvallen hebt, kan de KNO-arts onder verdoving een prikje in je oor geven met een medicijn: bijnierschorshormoon (prednison). Deze medicijnen werken tegen een ontsteking. Ze kunnen zorgen dat je minder vaak een aanval hebt en dat aanvallen minder ernstig zijn. Als dit niet werkt, kan een prik in het oor met het antibioticum gentamicine, helpen. Dit middel zet het evenwichtsorgaan uit. En heel soms is een operatie nodig om het evenwichtsorgaan uit te zetten.
Uiteindelijk worden de klachten van ménière vanzelf minder. Er zijn dan geen duizeligheidsaanvallen meer. Wel kan je minder horen en last houden van suizen en soms ook balansklachten. Het kan enkele jaren, maar soms ook heel veel jaren duren voordat de klachten van ménière verminderen.
Bij ernstige tinnitus verwijst de KNO-arts je door naar een audiologisch centrum. Hier kun je hulpmiddelen krijgen, zoals een tinnitusmaskeerder of hoortoestel. Die zorgen dat je tijdelijk minder last hebt van tinnitus.
Omgaan met ménière kan erg lastig zijn. Dit kan tot verschillende mentale problemen leiden, zoals ernstige angst, somberheid of een depressie. Als je hier last van hebt, kun je hulp krijgen van een psycholoog of psychiater. Er zijn verschillende behandelingen, zoals cognitieve gedragstherapie. Vraag bijvoorbeeld naar cognitieve gedragstherapie bij een ggz-organisatie voor doven en slechthorenden, zoals de GGMD
Gevolgen van menière
Bij ménière heb je in het begin meestal alleen klachten tijdens een aanval. Maar in een latere fase zijn de problemen met horen vaak blijvend. Ook kun je dan aan beide oren klachten krijgen.
Als je weinig aanvallen en klachten hebt, valt er mogelijk goed met ménière te leven. Bij ernstige klachten is dat anders: je kunt dan veel onrust ervaren en minder plezier in het leven hebben.
Ménière kan meerdere gevolgen hebben voor je dagelijks leven:
-
Thuis
Je kunt moeite hebben om voor jezelf te zorgen. Je valt misschien moeilijker in slaap en verliest veel energie tijdens en na een aanval. Daardoor kan het regelen van je huishouden lastiger zijn.
-
Werk en school
Je kunt moeite hebben om je aandacht ergens bij te houden, bijvoorbeeld door de tinnitus of de angst voor een nieuwe aanval. Door de duizeligheid kan het ook moeilijk zijn om te reizen. Ook als je geen aanval hebt, kan lopen, fietsen of autorijden lastiger zijn.
-
Vrije tijd
Je hebt door de blijvende klachten misschien minder energie voor je hobby’s. Tijdens een aanval is het niet mogelijk om door te gaan met je dag. Je kunt ook last hebben van angsten, somberheid, onrustig zijn en je eenzaam voelen.
-
Sociale contacten
Je hebt meer moeite met horen en daardoor kost het volgen en meedoen aan een gesprek veel energie. Misschien vermijd je hierdoor sociale situaties ook liever.
Je kunt moeite hebben om voor jezelf te zorgen. Je valt misschien moeilijker in slaap en verliest veel energie tijdens en na een aanval. Daardoor kan het regelen van je huishouden lastiger zijn.
Je kunt moeite hebben om je aandacht ergens bij te houden, bijvoorbeeld door de tinnitus of de angst voor een nieuwe aanval. Door de duizeligheid kan het ook moeilijk zijn om te reizen. Ook als je geen aanval hebt, kan lopen, fietsen of autorijden lastiger zijn.
Je hebt door de blijvende klachten misschien minder energie voor je hobby’s. Tijdens een aanval is het niet mogelijk om door te gaan met je dag. Je kunt ook last hebben van angsten, somberheid, onrustig zijn en je eenzaam voelen.
Je hebt meer moeite met horen en daardoor kost het volgen en meedoen aan een gesprek veel energie. Misschien vermijd je hierdoor sociale situaties ook liever.
De Hersenstichting heeft bij het opstellen van deze tekst dankbaar gebruik gemaakt van adviezen van:
- Prof. dr. Tjasse Bruintjes, Bijzonder hoogleraar Keel-, Neus- en Oorheelkunde, LUMC te Leiden
Laatste update: september 2026